De betekenis van de misintentie. Deel 2

In de vorige column sprak ik over de betekenis van de misintentie in geestelijk opzicht. We mogen de doden niet vergeten en hun namen blijven we noemen in onze vieringen. Er zit ook een financiële kant aan de zaak. Het is een erkend gebruik in onze katholieke kerk om een priester te vragen een mis te celebreren voor een of meerdere overledenen. Het is ook een erkend gebruik dat de parochie voor de mis- of gebedsintentie een stipendium (geldbedrag) ontvangt. Hiermee wordt mede voorzien in het levensonderhoud van de priesters (en andere bedienaren). In de eerste eeuwen van de Kerk werden bij de offergang in de eucharistie gaven in natura naar het altaar gedragen. Een deel daarvan was voor de priester bestemd, zodat hij kon leven. Al in het Oude Testament waren de priesters vrijgesteld van werk en hadden geen landbouwgrond om die zelf te bewerken. Zij leefden van de offers die de Israëlieten in de tempel brachten en mochten daarvan een deel voor zichzelf bestemmen.

Dat alles betekent niet dat we de mis ‘betalen’ of ‘kopen’. Dat zou simonie zijn, een zeer kwalijk misbruik. Sacramenten zijn niet te koop. Het gaat er alleen om dat de parochie kan blijven bestaan door bijdragen van parochianen. Misstipendia zijn inkomsten voor de Kerk. Bij protestanten is het een onbekend verschijnsel maar zij betalen dan ook véél meer aan kerkbijdrage. Katholieken hebben naast de actie Kerkbalans vanouds de gewoonte een bijdrage te doen bij gelegenheden.

Het parochiebestuur is verantwoordelijk voor de honoraria en salarissen van priesters, diakens en pastoraal werkers. Het zogenaamde stipendium draagt daaraan bij. Het
adviesbedrag voor een intentie is in ons bisdom € 15,00. Dit bedrag kan ook jaarlijks worden aangepast, want het levensonderhoud wordt ook steeds duurder.

In de parochiekerken, bijvoorbeeld in de Mariakapel, ligt vaak een intentieboek waarin kerkgangers of bezoekers een gebed opschrijven. Deze gebeden worden in de voorbede
vaak méé voorgelezen. Om verwarring met (mis)intenties te voorkomen zouden deze gebeden dan wel anoniem moeten blijven. Ook zou het voor niemand financieel onmogelijk
moeten zijn om een misintentie op te geven. In een persoonlijk contact met de pastoor of het parochiesecretariaat is dat altijd bespreekbaar.

  • Ron van den Hout
    bisschop van Groningen – Leeuwarden

Fotograaf: Marlies Bosch